|
Franciscus van Assisi (1181 of 1182 - 1226)
Aan het eind van de twaalfde eeuw wordt in Assisi een jongen geboren die een grootse toekomst tegemoet gaat als lakenhandelaar. Hij krijgt een goede opleiding en alle ruimte om zich in het vak te bekwamen. De jongen ziet echter een nog grootser toekomst voor zich: als ridder wil hij roem verwerven. Hij koopt een prachtige wapenuitrusting en wil ten strijde trekken. Maar in een droom wordt hem gevraagd waarom hij volgeling is van de knecht en niet van de Heer. Met deze droom begint voor Franciscus een langdurige bekeringsgeschiedenis, waarin hij stap voor stap leert zijn leven te leiden naar de wil van de Heer. Eerst ontmoet hij een melaatse, die hem de vredeskus geeft en op het spoor zet van de lijdende mensenzoon. Dan hoort hij in een kerkje in San Damiano het kruisbeeld spreken: "Franciscus, zie je niet dat mijn huis in verval raakt? Ga het voor mij herstellen!" In een eucharistieviering hoort hij de evangelielezing met de opdracht tot een apostolisch leven. En hij gehoorzaamt alle drie opdrachten: hij bewijst barmhartigheid aan de melaatse, herstelt het huis van God en leidt met een aantal volgelingen een apostolisch leven, precies zoals het geschreven staat.
Vrijmoedig brengen Franciscus en de zijnen de blijde boodschap. Eerst aan de mensen in hun directe omgeving. Later ook in andere omgevingen, aan mensen die een andere taal spreken. Franciscus preekt zelfs voor vogels. En midden in het strijdgewoel gaat hij naar sultan Melek-el-Kamel in Egypte om ook zijn ziel te redden. In zijn preken spoort Franciscus de mensen aan tot boetedoening en lofzang. Daarbij speelt een diepe devotie voor de mens Jezus een rol, waarvan de viering in Greccio van de kerstnacht in 1223 getuigt. In het bos, verlicht door brandende fakkels, staan minderbroeders en dorpelingen rond de kerststal, met os en ezel, terwijl Franciscus vol tederheid preekt over het kindje Jezus.
Inmiddels heeft Franciscus duizenden volgelingen, die hem bewonderen en die hem verantwoordelijkheid geven. Maar de man die Christus wil volgen in zijn zelfontlediging (Fil. 2, 7) ervaart de verantwoordelijkheid en de bewondering vooral als last. In 1224 trekt hij zich terug op de berg La Verna om er te vasten. Daar vraagt hij God wat hij moet doen. Hij slaat het evangelie open en leest de aankondiging van het lijden van Jezus. Daarna krijgt Franciscus een visioen van de Gekruisigde in de gestalte van een Serafijn en ontvangt hij de vijf wonden van Jezus.
Op het einde van zijn leven schrijft Franciscus, geplaagd door zware ziekte en ondraaglijke pijn, het Zonnelied, het lied waarin hij alle schepselen zijn broeders en zusters noemt. Hij sterft op de avond van 3 oktober 1226 en wordt binnen twee jaar heilig verklaard.
Clara van Assisi (1193 of 1194 - 1253)
Aan het einde van de twaalfde eeuw wordt Clara Favarone di Offreducci in een adellijke familie in Assisi geboren. Ze krijgt een opleiding zoals het een meisje van haar stand past. Ze leert lezen en schrijven in het Latijn, ze leert een huishouding te voeren en ze bekwaamt zich in de omgang met mensen uit de hoogste kringen. Vanwege diezelfde adellijke afkomst echter moet Clara met haar familie vluchten uit Assisi, waar vanaf 1198 de burgerij in opstand komt tegen de adel. Pas na enige jaren kan de familie uit ballingschap terugkeren. Terug in Assisi wordt Clara getroffen door het optreden van Franciscus. Door bemiddeling van haar oom Rufinus, die zich bij hem had aangesloten, raakt Clara in gesprek met de kleine arme. Clara geeft gehoor aan haar roeping en besluit tot een evangelisch leven, zoals Franciscus. Het zal spoedig blijken dat zij als vrouw een andere invulling moet zien te geven aan de evangelische levensvorm dan de man Franciscus.
In de nacht van Palmzondag 1211 of 1212 vlucht Clara uit haar ouderlijk huis en wordt zij in Portiuncula ontvangen door Franciscus en zijn broeders. Daar knipt Franciscus Clara het hoofdhaar af en doet zij afstand van haar wereldse kleding. Aanvankelijk wordt Clara ondergebracht in het klooster San Paolo delle Abbadesse in Bastia. Haar familie probeert haar daar met geweld weg te halen, maar Clara grijpt de altaarkleden vast en ontbloot haar kaalgeknipte hoofd. Als zij zien dat Clara de wereld onherroepelijk heeft verlaten, laten haar verwanten haar met rust. Ze wordt overgebracht naar het kerkje Sant'Angelo di Panzo, waar haar zuster Agnes zich bij haar voegt. Na korte tijd nemen de zusters hun intrek in het kerkje van San Damiano, waar Clara haar hele verdere leven verblijft.
Het leven van Clara wordt gekenmerkt door bezitloosheid, ascese en gebed. Dit leven blijkt een strijd te zijn, niet zozeer vanwege de armoede zelf, als wel vanwege de herhaalde pogingen van de paus Clara en haar zusters toch enige vorm van bezit te geven. De arme vrouwen, die in die tijd niet op het land konden werken en niet konden bedelen, moeten toch ergens van leven! Maar Clara wil van niets anders leven dan de tafel der armen. Daarbij hoopt zij op de zorg van Franciscus en zijn broeders, een zorg die niet altijd even hartelijk werd verleend. Een dergelijke totale afhankelijkheid tekent het leven van Clara als gave. En die totale overgave tekent ook haar ascese en gebed. Het vasten van Clara is zo streng, dat Franciscus zelf haar heeft moeten gebieden voldoende voedsel tot zich te nemen. En het bidden van Clara is zo intens, dat zij volgens een medezuster van de hemel leek te komen wanneer zij haar gebed voltooid had. Aan het eind van haar leven schrijft Clara zelf, als eerste vrouw in de geschiedenis, haar levensvorm. Het is geen ontwerp van een ideaal leven, maar een neerslag van veertig jaar geleefde evangelie. Vlak voor haar dood bevestigt de paus deze levensvorm.
Clara geeft de geest op 11 augustus 1253. De paus is met zijn kardinalen naar San Damiano gekomen om afscheid te nemen en de begrafenis te leiden. Tijdens de viering zegt hij dat niet het officie van de overledenen maar dat van de maagden moet worden gebeden, waarmee hij Clara heilig verklaarde nog voordat zij begraven was.
|