|
26 januari Toen Franciscus broeder Bernardus aanspoorde om al zijn geld weg te geven, kwam er een priester bij staan die Silvester heette. Franciscus had ooit stenen van hem gekocht om de kerk van San Damiano te repareren. Toen hij dit zag, werd zijn hebzucht gewekt. Hij riep: 'Franciscus, jij hebt me nooit fatsoenlijk betaald voor de stenen die je bij me hebt gekocht.' Franciscus liep naar Bernardus, stak zijn hand in de buidel met geld, nam er een flinke hoeveelheid uit en gaf die aan de mopperende priester. Hij gaf hem nog een tweede hand met geld. Tevreden keerde de priester met het geld huiswaarts. Maar enkele dagen later dacht hij er nog eens over na. Hij dacht: Wat een miezerige man ben ik eigenlijk, dat ik op mijn leeftijd nog zo naar geld verlang, terwijl die jonge Franciscus het veracht uit liefde voor God.
Die nacht zag hij in zijn droom een enorm kruis dat tot de hemel reikte en waarvan de voet op de lippen van Franciscus stond en de dwarsbalken zich uitstrekten over de hele wereld. Toen hij wakker werd, realiseerde hij zich dat Franciscus werkelijk een dienaar van God was. In zijn huis begon hij toen een boetvaardig leven te leiden en kort daarna sloot hij zich aan bij de orde.
Dit is een van de 365 teksten voor iedere dag van het jaar uit: G.P. Freeman, E. van Kerkhoff, De Wijsheid van Franciscus (Lannoo 2007)
Op deze website publiceren we regelmatig verschillende dagteksten uit deze bundel.

Minor Christelijke spiritualiteit
|